Reyer Boxem & Menno Schreuder

Bert Hadders & Herman Sandman

Ain mìnsk is gain eerappel
vr 8 mrt 20:15 uur - 22:25 uur
vr 8 mrt
20:15 uur - 22:25 uur
  • vr 8 mrt
    20:15 uur - 22:25 uur
    Met pauzedrankje
    Grote Zaal | 1e & 2e rang

Ze zijn lang geleden vertrokken, de wijde wereld in. Maar Bert Hadders (Tweede Exloërmond) en Herman Sandman (Stadskanaal) komen niet los van het land van hun vaders. Terugkeren naar de Veenkoloniën is als lopen door smeltend asfalt, het voelt warm en zacht en tegelijk geldt er de wet van de remmende navelstreng. Je blijft steken in de klevende herinnering, aan die zwoele zomeravond aan het Boerendiep of de zoveelste lekke band in de stromende regen. De nieuwe voorstelling van Hadders en Sandman gaat over wat dat is, Veenkoloniaal zijn. En dat deze mens niet even ruig en onbewerkt is als gedroogd veen, maar ook emoties kent, zoals het verlangen naar een mooi geploegde akker en echte droge worst. Keihaard.

***

Herman Sandman en Bert Hadders duiden het leven in de Veenkoloniën: 'Waar het leven is als lopen door smeltend asfalt'

Martin Groenewold • 9 januari 2024, Dagblad van het Noorden

Zanger/liedjesschrijver Bert Hadders (2e Exloërmond, 1962) en schrijver Herman Sandman (Stadskanaal, 1965) speelden twee jaar geleden de voorstelling Gezing & Geplaas voor uitverkochte zalen in Groningen en Drenthe. Nu is er een nieuw programma over hun Veenkoloniale achtergrond: Ain minsk is gain eerappel.

Meteen maar met de deur in huis: wat gaan jullie doen?

Sandman (S): „Nou ja, eigenlijk hetzelfde als twee jaar geleden. Stukjes voorlezen en liedjes spelen. Maar we voegen wel een aantal dingen toe. Zo zit er een soort soundscape onder mijn openingsverhaal. En als ik vertel over mijn ouders, laat ik foto’s zien. Bij een stuk over de aardbevingen horen, zeg maar, wat special effects.”

Hadders (H): „We projecteren ook werk van Robert van der Molen, die heel veel in de Veenkoloniën heeft gefotografeerd. Maar in principe is het net zo simpel als wat we hiervoor deden: Herman leest een verhaal en dan doe ik een liedje.”

Dat alles onder de titel ‘Ain minsk is gain eerappel’.

S: „Een gevleugelde uitdrukking in Stad en Ommeland, al weet niemand precies waar het voor staat. Het betekent zoiets als ‘het vlees is zwak’. Het idee is dat ook een Oost-Groninger gevoelens heeft. Emoties zelfs. We kopen er verder niks voor, maar ze zijn er.”

Waar gaan die liedjes en verhalen over?

S: „Over herinneringen, vaak. Maar ook over de fase waarin wij nu zitten. Ik heb ouders met wie het steeds iets minder gaat, waardoor je meer en meer mantelzorger wordt. Dat geeft soms momenten van reflectie.”

H: „Ik heb dan weer een liedje over dementie.”

S: „En het gaat over wat dat is, Veenkoloniaal zijn. Waar het leven is als lopen door smeltend asfalt.”

H: „Herkenbaarheid is een woord dat we vaak horen.”

Werken jullie afzonderlijk van elkaar?

S: „Ja.”

H: „Herman leest soms voor wat hij heeft geschreven. En dan denk ik: goh, daar heb ik wel een liedje over. Of daar ga ik iets over maken. Maar als die liedjes dan achter elkaar staan, zie je: deze lijkt wel heel erg op die, qua thema. Dus dat wil je dan misschien anders. Soms is ook de vórm belangrijk, en niet alleen de inhoud. Zo zijn we nog een beetje aan het schuiven. Maar sommige overgangen kunnen juist bedoeld abrupt zijn.”

S: „Dan zeg ik gewoon: en nu even wat anders.”

Is het allemaal nieuw werk? Jullie oeuvres zijn breed genoeg voor een greep uit bestaand repertoire.

H: „Nou, ik probeer de klassiekers een beetje te vermijden. Onder Beloofde laand kom ik niet uit, maar dat wordt dan de toegift. Verder spelen we in elk geval niet dezelfde nummers als in onze vorige gezamenlijke show.”

S: „Van mij is het ook meest nieuw werk. Ik heb veertien boeken geschreven, dus ik zou tien jaar kunnen voorlezen bij de afdelingen van Vrouwen van Nu. Verhalen die vrijwel niemand kent, want zo goed verkopen mijn boeken meestal niet. Maar ik wilde gewoon wat nieuwe dingen schrijven. Want dat is de basis: dat ik schrijven leuk vind.”

Jullie kennen elkaar al heel lang, toch? Waarom kwam het pas twee jaar geleden tot een eerste samenwerking?

H: „Hoe oud ben jij eigenlijk?”

S: „58.”

H: „Ik ben bijna 62.”

S: „We hebben elkaar voor het eerst ontmoet toen ik nog bij De Groninger Gezinsbode werkte. Toen schreef ik over een optreden van Bert en zijn toenmalige band Ouwerkerk. Dat was de eerste positieve recensie die hij ooit kreeg.”

H: „Dus ik mocht ’m meteen.”

S: „We kwamen erachter dat we in dezelfde streek zijn opgegroeid, en zo is gaandeweg het contact ontstaan. Ik noem Bert altijd de jeugdvriend die ik pas na mijn 40ste heb ontmoet. Het klikt nog steeds. Het voelt heel veilig en vertrouwd als we samen iets doen. We hebben er vooral zelf heel veel plezier in en dan is het mooi meegenomen dat er af en toe iemand komt kijken.”

Dat loopt wel los: de eerste en tweede rang van de Stadsschouwburg in Groningen, waar jullie half maart staan, zijn al zo’n beetje uitverkocht.

H: „Ik kneep hem wel een beetje, hoor. Maar we zitten al boven de 400 bezoekers. Volgens mij is dat een positief gevolg van de coronacrisis. Omdat het moeilijk was om bijvoorbeeld Amerikaanse artiesten te boeken, kregen meer noordelijke namen een kans. Dat was tien jaar geleden toch niet zo. Pé & Rinus konden zo’n zaal uitverkopen, voor de rest geen enkele Groningse artiest.”

S: „Je hoorde het ook wel van de theaters. Wij waren een voorstelling waarmee ze heel makkelijk konden schuiven; een kwestie van één telefoontje. Na corona waren veel mensen wel weer toe aan een toegankelijke, plezierige avond.”

H: „We staan in zo’n beetje alle zalen in Drenthe en Groningen die er toe doen. Behalve in Atlas in Emmen, want daar namen ze de telefoon niet op. En in Meppel zeiden ze: ‘Niemand kent jullie hier.’”

Maakt het verder nog wat uit of jullie in de Drentse of Groningse Veenkoloniën spelen?

H: „Nee, die grens bestaat eigenlijk niet. Cultureel gezien is het één gebied.”

S: „Je zou dus beter een Veenkoloniale provincie kunnen hebben.”

H: „Die sociaal-economisch onderaan alle lijstjes zou bungelen. Maar inderdaad: tussen Veendam en Valthermond woont globaal hetzelfde volk. Terwijl tussen Valthermond en Valthe, 3 kilometer verderop, een wereld van verschil bestaat. Qua taal, qua inrichting van het dorp. Alles is anders daar.”

S: „Toch merk ik weinig verschil in het publiek. Kijk, de mens is natuurlijk een universeel wezen. Iemand die in Pekela woont, verschilt niet wezenlijk van iemand uit Madrid. Biologisch gezien zijn we één soort. Je hebt wel culturele verschillen, natuurlijk.”

H: „De overeenkomst tussen ons is dat we de Veenkoloniën zien als een soort...”

S: „...verdienmodel.”

H: „We zijn de enigen die er geld uit persen.”

S: „Ik haal altijd graag Garrison Keillor aan. In Amerika denken ze dat er tussen de oost- en de westkust geen land bestaat. Een soort vergeten gebied. Keillor schreef daarover: ‘Het is niet het einde van de wereld, maar je kunt het hiervandaan wel zien.’ Zoiets geldt ook voor de Veenkoloniën.”

In een recensie werden jullie pretentieloos genoemd. Is dat wel de goede term?

S: „Nou, het is in zoverre pretentieloos dat ik zelf óók verbaasd ben dat ik op een podium sta. Maar ik probeer van elke tekst wel iets te maken waarvan ik denk: hier sta ik achter. Of: dit is wie ik ben, dit is wat ik hiervan vind, hoe ik in het leven sta, hoe ik het leven ervaar. Die teksten neem ik heel serieus.”

H: „Ik vind mezelf niet pretentieloos. En ik vind ook dat ik op het podium moet staan, want ik ben in de eerste plaats een podiumartiest.”

S: „Mijn enige behoefte is schrijven. Of dat nou korte stukjes zijn, zoals columns, of boeken. Dat maakt niet uit. Schrijven, het fysiek bezig zijn, achter een laptopje zitten. Ik heb nooit last van een writer’s block.”

Bert Hadders schreef zo’n 150 liedjes over het leven in de Veenkoloniën. Hij maakte verscheidene cd’s, componeerde voor theaterproducties en won een aantal prijzen, zoals de Streektaalprijs in 2023. Herman Sandman is schrijver en journalist van Dagblad van het Noorden. Hij heeft daarin een dagelijkse column. Op zijn erelijst staan onder meer de Groninger Pers Prijs en het Beste Groninger Boek (voor De dronken rechtsbuiten en andere helden uit het amateurvoetbal, 2010).

 Rolstoelplaatsen, slecht ter been of maakt u gebruik van een rollator? Neem dan contact op met de kassa voor een gemakkelijk bereikbare stoel met beenruimte op rij 8, dit kan via kassa@indeklinker.nl of 0597-700270.